Moet een paard bang zijn voor eiwit?

Praten over eiwit in (paarden)voeding is als 5000 kg bouwmateriaal bestellen als je een huis wilt bouwen. Je weet niet of je stenen, hout of misschien wel alleen cement geleverd krijgt.  “Eiwit” is een containerbegrip en je moet kijken waar het uit opgebouwd is, voor je weet wat je er aan hebt.

Aminozuren

Eiwit is opgebouwd uit verschillende aminozuren waarvan de volgorde wordt bepaald door het DNA. Een aminozuur (figuur 1) bestaat, zoals de naam al aangeeft, uit een aminogroep dat stikstof (N) bevat en een zuurgroep. Verder zit er een restketen aan die bij elk aminozuur verschillend is. Er zijn aminozuren die het lichaam niet zelf kan maken, dat zijn de essentiële aminozuren. Een paard moet deze met de voeding binnen krijgen. Daarnaast zijn er ook aminozuren die het lichaam wel kan maken, maar niet voldoende om in zijn behoefte te voorzien, dit noemen we de semi-essentiële aminozuren, ook deze moet het paard (deels) uit de voeding halen. Tenslotte zijn er ook aminozuren die het lichaam kan maken uit andere aminozuren, mits die in voldoende mate aanwezig zijn. Dit noemen we de niet-essentiële aminozuren.

aminozuur

Figuur 1. Bouw van een aminozuur. (bron: Wikipedia)

Het lichaam bestaat voor 15% uit eiwit. Spiereiwit is een belangrijke groep, maar ook collageen, keratine, enzymen en bepaalde hormonen bestaan uit eiwit. Daarnaast zijn er individuele aminozuren die als grondstof dienen voor stikstof bevattende stofjes die allerlei functies vervullen in het lichaam. Verder is eiwit een belangrijk bestanddeel van melk.

Aminozuurpatroon

Voor de opbouw van eiwit zijn aminozuren in een bepaald patroon nodig. Welke aminozuren dat zijn, hangt af van de soort eiwit waar het om gaat. Spiereiwit bestaat uit andere aminozuren dan bijvoorbeeld eiwit in hoeven of in de huid. Om bijvoorbeeld genoeg spieren te kunnen aanmaken is het belangrijk dat de voeding het paard voorziet van de juiste aminozuren in de juiste verhouding. Dit wordt het ideale aminozuurpatroon genoemd. In werkelijkheid is er geen enkel voedingsmiddel dat dit ideale patroon heeft. Er is altijd een (semi-)essentieel aminozuur dat de beperkende factor vormt. In de meeste gevallen is dat lysine. Deze beperkende factor wordt vaak weergegeven als een regenton met plankjes van verschillende lengte (figuur 2). Ondanks dat er veel aminozuren in de voeding zitten kan de ton niet veel water bevatten (dus eiwit maken) omdat er weinig lysine in zit. Alle aminozuren die boven de streep staan kan het paard niet gebruiken en die worden door het lichaam afgebroken. Dit is de reden dat er vaak extra lysine wordt toegevoegd aan krachtvoer. Soja is een goede bron van lysine. Hoe meer limiterende aminozuren een voedermiddel bevat, des te hoger de eiwitkwaliteit van dat voedermiddel is. Andere goede aminozuurbronnen zijn luzerne en erwten. Ook tarwekiemen worden veel gebruikt.

regentonFiguur 2. Ideaal aminozuurpatroon afgebeeld als een regenton. (bron: Ajinomto Eurolysine SAS)

Paarden breken, net als mensen en varkens, de voedingseiwitten af tot aminozuren in de maag en dunne darm. In de dunne darm worden de aminozuren opgenomen in het bloed. Zoals ik in het blog over ruwvoer al vertelde zijn paarden “hindgut fermenters”. Een belangrijk deel van hun voeding wordt in de blinde en dikke darm gefermenteerd. Dit is het deel ná de dunne darm. (Vandaar hindgut). Dat betekent dat al het eiwit dat de bacteriën in de dikke darm en de blinde darm maken niet door het paard kan worden benut. Daarin verschilt het paard van herkauwers. Bij deze dieren vindt de fermentatie plaats in de pens, die zich vóór de dunne darm bevind. Herkauwers worden daarom ook wel “foregut fermenters” genoemd. Dit is een belangrijk verschil dat je in je achterhoofd moet houden als je koeien en paarden met elkaar vergelijkt.

Bij varkens is er al zoveel onderzoek gedaan, dat bekend is hoeveel van elk aminozuur een varken nodig heeft en hoeveel er van elk aminozuur in de voeding zit dat verteerd kan worden in de dunne darm. Bij paarden kunnen we daar op dit moment alleen van dromen. Er is simpelweg niet zoveel geld beschikbaar voor onderzoek, dus we moeten het met een grovere benadering doen.

Ruw Eiwit en VREp

Op voerzakken en op uitslagen van de ruwvoeranalyse kom je twee begrippen tegen met betrekking tot eiwit. De eerste is “Ruw Eiwit”, afgekort tot RE. Dit is niets meer dan het gehalte aan stikstof in de voeding (bepaald via chemische analyse) maal de factor 6,25. Hierbij wordt alle stikstof meegenomen. Dus niet alleen stikstof die in eiwit zit, maar ook die in o.a. vrije aminozuren, ammoniak en ureum.

De tweede term is  “Verteerbaar Ruw Eiwit paard”, afgekort tot VREp. Hierbij is aan de hand van onderzoek bepaald hoeveel Ruw Eiwit is verdwenen tussen “mond en kont”. Dus RE in voer minus RE in mest is VREp. Daarbij moet je dus beseffen dat het deel van het eiwit dat in de blinde en dikke darm is verdwenen, niet door het paard benut kon worden. De opname van aminozuren vindt immers plaats in de dunne darm. Bij ruwvoer is de hoeveelheid VREp vaak maar de helft van de hoeveelheid RE. Bij krachtvoer zijn die verhoudingen meestal gunstiger.

Behoefte

Bij de behoeftenormen (aanbevelingen) wordt ook gerekend met VREp. Volwassen paarden in de  recreatie- of basissport hebben een lagere behoefte  dan paarden die in de groei zijn, merries in het laatste deel van de dracht en zogende merries. Topsportpaarden hebben ook meer eiwit nodig, dit omdat ze spieren moeten vormen. Ook oudere paarden hebben een verhoogde eiwitbehoefte.

Te weinig

Er is sprake van een tekort als bepaalde essentiële aminozuren niet in voldoende mate aanwezig zijn of als de totale hoeveelheid eiwit niet voldoende is. Paarden kunnen dan gewicht verliezen en schraal worden terwijl ze voldoende energie binnen krijgen. Ze kunnen minder gaan eten, een slechte vacht en hoeven krijgen en gewoon in het algemeen lusteloos zijn. Ook kun je denken aan slechte groei van veulens of een verminderde melkproductie van de merrie.

Moet een paard bang zijn voor eiwit?

Bij veel mensen leeft nog steeds het idee dat eiwit slecht is voor paarden en dat ze er niet teveel van mogen hebben. Maar wat gebeurt er eigenlijk als het paard meer eiwit binnen krijgt dan het nodig heeft?

2-things

tekening: onbekende auteur op http://www.angst-de-baas.nl

Het merendeel van de overtollige aminozuren wordt in de lever (en deels in spieren) afgebroken, waarbij de ammoniak (NH3) wordt omgezet in ureum. Dit kost het paard energie. Ureum wordt door de nieren uitgescheiden in de urine. Het paard moet hiervoor voldoende water drinken om te kunnen plassen. Bij gezonde paarden is dit geen probleem. Er wordt vaak gezegd dat eiwit slecht is voor de nieren, maar eiwit veroorzaakt geen nierproblemen. Eiwit is wèl slecht voor paarden die al een nierprobleem hèbben. Nierproblemen komen bij paarden echter maar zelden voor. In een onderzoek in paardenklinieken in de Verenigde Staten bleek dat slechts 0,12 % van de patiënten en nierprobleem had. Ook paarden met leverproblemen kunnen slecht omgaan met eiwit, maar ook hier geldt dat eiwit geen leverproblemen veróórzaakt.

Teveel eiwit zal wel zorgen voor nattere stallen en mogelijk meer ammoniak in de lucht. In gesloten stallen kan dit een probleem zijn voor “dampige” paarden. Bovendien is de extra ammoniak niet goed voor het milieu.

Teveel voeren van één bepaald aminozuur kan problemen geven omdat dit concurreert bij de opname met andere aminozuren. Hierdoor kan er een tekort ontstaan van het andere aminozuur. Met volledige voeders zal dit niet gebeuren, maar wellicht bij bepaalde supplementen.

Bij de afbraak van overtollige aminozuren komt warmte vrij, dat een probleem kan zijn in een heet vochtig klimaat, maar niet bij ons. Verder wordt de zuur-base balans in het bloed wel genoemd maar dat is in onderzoek nooit aangetoond en in de praktijk niet relevant.

Een laatste nadeel is de portemonnee. Eiwit in krachtvoer is een duur ingrediënt en hoog eiwit krachtvoer is daardoor duurder dan ander voer. Dus als het niet nodig is kun je er op besparen.

Maar nogmaals, bij gezonde paarden is een overmaat aan eiwit geen probleem. Omdat VREp een wat ruwe maat is, is het misschien zelfs beter om iets teveel eiwit te voeren om zeker te zijn dat in de aminozuurbehoefte wordt voorzien. De aanbeveling is daarbij om niet meer eiwit te voeren dan 2 g VREp per kg lichaamsgewicht. Dit komt overeen met ca. 300% van de onderhoudsbehoefte.

Bronnen:

Goer, R.J. P.A. Harris and M. Coenen. 2013. Equine Applied and Clinical Nutrition. Health Welfare and Performance. Elsevier. ISBN 9780702034220. H6, H26.

Hallebeek, A. 2011. 100+ vragen over de voeding van het paard. 2010 Uitgevers Rotterdam. Blz 115.

Ajinomoto-eurolysine. http://ajinomoto-eurolysine.com/amino-acids-metabolism.html accessed on 28-9-2016.

Meszoly, J.  Why Equine Kidneys Rarely Fail. http://equusmagazine.com/article/eqkidneys31003. Accesed on 28-9-2016

Harold C. Schott II, DVM, PhD; Kristi S. Patterson, BS; Scott D. Fitzgerald, DVM, PhD; and A. Bruce King, DVM. 1997. Chronic Renal Failure in 99 Horses. Proceedings of the Annual Convention of the AAEP. Vol. 43 / AAEP PROCEEDINGS

Hallebeek, A en C. Bolger. Workshop at the 7th European Equine Health and Nutrition Conference (EEHNC). 2015. Bruges. Belgium

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s